GZ-Psychologen Claudia Vlaar en Larissa van Steenbergen en Klinisch Psycholoog (i.o. tot Systeemtherapeut) Sanne van Gent vertellen over de transformatie naar relationeel gericht werken
De transformatie naar relationeel gericht werken
Een verandering in de praktijk begint vaak met een gedeeld gevoel: het moet anders. Maar hoe zorg je ervoor dat een nieuwe manier van werken echt landt in een team? Bij Fornhese Almere (team 6-12 jaar) gingen ze die uitdaging aan. Door samen te leren, te oefenen en te reflecteren, groeiden ze naar een manier van werken waarin niet alleen het kind, maar het hele systeem centraal staat.
- Home
- Over ons
- Collega's vertellen
- Verhalen van collega’s
- De transformatie naar relationeel gericht werken
Van losse werkwijzen naar één gezamenlijke taal
Transformeren als team vraagt om meer dan goede intenties. Het vraagt om samen optrekken, ook als het spannend wordt. Bij Fornhese Almere ontdekten ze dat de beweging naar relationeel gericht werken pas echt effect heeft als iedereen meedoet.
Wat begon als verschillende werkwijzen binnen het team, ontwikkelde zich tot een gezamenlijke en consistente aanpak. Een aanpak die beter aansluit bij de leefwereld van kinderen en hun gezinnen.
Gz-psychologen Claudia Vlaar en Larissa van Steenbergen en klinisch psycholoog (i.o. tot systeemtherapeut) Sanne van Gent maakten deze ontwikkeling van dichtbij mee. Zij vertellen hoe het team stap voor stap deze verandering vormgaf.
Kijken naar het geheel
De kern van relationeel gericht en contextsensitief werken is dat je verder kijkt dan het individuele kind. Je onderzoekt welke relaties en omstandigheden van invloed zijn op gedrag en ontwikkeling.
Sanne beschrijft hoe die omslag ontstond:
‘Toen ik hier kwam werken, was er vanuit het team én de directie de wens om gezinnen beter te betrekken. We zagen dat problemen bij kinderen groter werden. We boden ouderbegeleiding, maar dat was nog niet genoeg. We keken te veel naar het kind. Te weinig naar de invloed van de verschillende gezinsleden en belangrijke anderen op elkaar en de invloed hiervan op de reden van aanmelding.’
Larissa herkent dat beeld en plaatst het in een bredere context:
‘Het is eigenlijk ook heel logisch. Veel gezinnen hebben te maken met stress, trauma, financiële zorgen of problemen op school of in de familie en intergenerationeel trauma. Kinderen reageren daarop met gedrag. Je kunt het kind helpen omgaan met stress, maar dat is niet genoeg. Je moet ook naar de context kijken. Hoe gedragen de ouders zich ten opzichte van moeilijke situaties? Waarin zijn ouders kwetsbaar en wat hebben zij nodig om het kind te helpen?’
Door deze bredere blik ontstaat er meer ruimte om duurzame verandering te realiseren. Niet alleen bij het kind, maar binnen het hele gezin.
De noodzaak om het anders te doen
De aanleiding voor de transformatie lag in de dagelijkse praktijk. Het team zag dat hun inzet niet altijd het gewenste effect had. Sanne verwoordt het helder:
‘We merkten dat onze manier van werken niet opleverde wat gezinnen nodig hadden.’
Claudia zag dat vooral terug in de deeltijdgroep:
‘Kinderen kwamen hier langere tijd, maar na de behandeling vielen ze als gezin of op school weer in dezelfde patronen. We zagen ook her aanmeldingen.’
Larissa vult aan:
‘Soms zit een gezin al jaren vast in een negatieve spiraal. Dan draai je dat niet zomaar om. En het is geen kwestie van schuld; het zijn omstandigheden die zich opstapelen. Vroeger deden we veel individuele behandelingen. Nu kijken we meer naar patronen tussen ouders en kind, en hoe we ouders kunnen versterken. Dat werkt beter. Ouders ervaren dat ze het kunnen en dat geeft vertrouwen. Met deze transformatie hopen we dat we een stabiele en duurzame verandering kunnen maken in het hele gezin.’ Deze inzichten vormden de basis voor een fundamentele verandering in denken én doen.
Samen bouwen aan verandering
Een teamtransformatie vraagt om structuur en aandacht. Bij Fornhese pakten ze dit planmatig aan, met ruimte voor ieders perspectief. Sanne vertelt hoe ze begonnen:
‘Ik kreeg de opdracht van de directie om het team te gaan transformeren. We begonnen met een nulmeting met vragenlijsten en interviews met het hele team. Wat vind je lastig aan een verandering? Wat roept spanning op? En vooral: wat ben je bang om te verliezen? De uitkomsten hebben we samen besproken. Dat leverde mooie gesprekken op en maakte duidelijk dat we deze verandering echt wilden. Tegelijkertijd organiseerden we inspiratiesessies. Dit zorgde ervoor dat we ons met het hele team enorm hebben ingespannen om een in-company training te kunnen volgen. We oefenden, leerden dezelfde taal spreken en richtten de behandeling anders in. We maakten een stappenplan en bespreken nog steeds maandelijks de voortgang om de verandering vast te kunnen houden.’
Larissa benadrukt het belang van samen leren:
‘Klopt! Door de training voelt het echt als iets wat we met z’n allen deden. De intervisies kregen meer diepgang. We durfden kwetsbaarder te zijn, leerden van elkaar. Dat helpt in het veranderproces. Het team is zelf ook een systeem.’ Volgens Sanne zit daar een belangrijke sleutel:
‘Relationeel gericht werken werkt pas echt als je als team je eigen patronen begrijpt en met elkaar hierin durft te veranderen.’
Blijven oefenen en reflecteren
De transformatie is geen eenmalig traject, maar een doorlopend proces. Oefenen, reflecteren en bijstellen horen daar onlosmakelijk bij. Het team plant bewust momenten om stil te staan bij de voortgang en het eigen handelen. Daarbij is openheid essentieel.
Sanne geeft daar een praktisch voorbeeld van:
‘En wees open over het leerproces: durf te zeggen dat het even niet gelukt is, of dat je vandaag de relatie vergeten bent. Ook je eigen patronen doorbreken heeft tijd nodig.’
Daarnaast helpt het om focus te houden. Door niet alles tegelijk te willen veranderen, blijft de beweging overzichtelijk en haalbaar. Externe supervisie speelt ook een belangrijke rol. Door regelmatig met een supervisor te reflecteren, wordt de nieuwe manier van werken verdiept en geborgd in het dagelijks handelen.
Werken aan duurzame verandering
Wat deze transformatie laat zien, is dat relationeel gericht werken meer is dan een methodiek. Het is een manier van kijken, denken en samenwerken.
Deze beweging is Fornhese-breed in ontwikkeling, waarbij team 6-12 jaar in Almere het eerste team is dat volledig relationeel gericht en contextsensitief werkt. Daarmee vervult het team een voortrekkersrol binnen de organisatie.
Door het kind niet los te zien van zijn omgeving, ontstaat er ruimte voor verandering die verder reikt dan de behandelkamer. En door als team samen te leren en te groeien, wordt die verandering ook daadwerkelijk gedragen. Eén ding is duidelijk: door te investeren in relaties, binnen gezinnen én binnen het team, ontstaat er zorg die beter aansluit en langer effect heeft.